| truuktekst | B legt O neer, B staat tussen de benen van O, plaatst de handen boven de knie?n en legt zijn schouders in de handen van O. O heeft zijn armen gestrekt, de vingers en de duimen wijzen naar de zelfde kant.
B springt of draait met ingetrokken benen in de bolk. B strekt zijn armen zodra zijn gewicht boven de armen van O is. Zodra B de armen gestrekt heeft duwt O de schouders van B iets in de richting van zijn knie?n, om te voorkomen dat B losraakt.
Staat de truk stabiel, dan kan B langzaam de benen strekken. O geeft aanwijzingen over de positie van B: hij moet B in één lijn zien staan. Hij geeft aan of hij meer of minder voeten of billen wil zien.
|